Maandelijkse blog over natuur en verwondering door Joeri Kabalt

6 februari 2026

Joeri Kabalt is gefascineerd door verwondering, verhalen, rituelen en de natuur. Ze woont in Haarlem en doet in de duinen een Dwaal-Onderzoek naar de potentie van verwondering als tegengif voor vervreemding. Op Verwonderpost schrijft ze over haar experimenten en inzichten. Joeri is als veranderkundige en actie-onderzoeker verbonden aan Kessels & Smit, The Learning Company en is auteur van meerdere boeken over verwondering, verhalen en verandering. Maandelijks nemen we je mee in een van haar blogs over haar ervaringen in Nationaal Park Zuid-Kennemerland. 

Mos Mozaïek

Mos heeft iets magisch. Vooral na een flinke regenbui – plots twee keer zo groot, groen en geurig. In het winterlandschap valt mijn oog er steeds weer op. Een van de weinige stukjes groen tussen al het winterbruin. Mos is niet alleen een van de oudste plantensoorten, maar kan ook overleven aan de buitenkant van een ruimteschip las ik laatst in de krant. Mos als tijd- en ruimtereiziger.

De eerste keer dat ik voor mijn gevoel mos écht zag, was vlak nadat ik een essay van bioloog Rachel Carson over verwondering las. Hierin beschrijft ze zó aanstekelijk hoe ze samen met haar tweejarige achterneefje de natuur met al haar zintuigen verkent, dat het voelde of het lezen ervan mijn zintuigen óók had aangezet. De oordoppen uit en de volumeknop omhoog. Méér kleuren. Méér geuren. Méér geluiden.

Met die blik wandelde ik met mijn moeder over een vertrouwd duinpaadje – en stopte verrast bij een stuk heldergroen mos. Zó groen dat het bijna nep leek. Ik kon de verleiding niet weerstaan om het mos aan te raken. De ragfijne patronen te volgen met mijn vingertoppen. En, zonder er te veel over na te denken, mijn hoofd op het zachte sponzige moskussen neer te leggen. Voor even samenvallen met de bosbodem.

Mossen als bossen

Bijna tien jaar later dwaal ik op een zonnige zondagochtend langs de Oosterplas. En zijn het dit keer mijn twee dochters die gefascineerd zijn door mos, zachtjes met hun handjes het mos aaien, en zich samen met mij verbazen over alle verschillende soorten mos die door elkaar heen groeien: “Sterren, mama! Een heleboel sterren… op de grond!”

Het doet met terugdenken aan een fascinerend boek van ecoloog Robin Wall Kimmerer waarin ze haar liefde voor mos beschrijft. Helaas ben ik alle mos-namen sindsdien weer vergeten, en weet ik ter plekke weinig meer te vertellen over mos. Wat me vooral is bijgebleven is hoe zij mossen als miniatuurwerelden beschrijft. Vanuit het perspectief van de minuscule waterberen zijn mossen bossen. Wie de tijd neemt – en beschikt over een vergrootglas en wat verbeelding – wordt beloond. In haar woorden:

Draw closer to this carpet of green light and shadow, and slender branches form a leafy arbor over sturdy trunks, rain drips through the canopy, and scarlet mites roam over the leaves. The architecture of the surrounding forest is repeated in the form of the moss carpet, the fir forest and the moss forest mirroring each other.

Hoe vaak lopen we niet ongemerkt aan zo’n stukje mos voorbij? Juist als je iets in potentie redelijk vaak kunt zien – mos voelt wellicht niet zeldzaam of bijzonder – zie je het misschien wel nooit écht.

De toekomst ruikt mossig

Mos lijkt deze weken een terugkerend thema. Laatst was ik drie dagen in Engeland voor een opleiding van klimaat- en verbeeldingsactivist Rob Hopkins met de prikkelende naam ‘How to fall in love with the future’. Hij nam ons op aanstekelijke wijze mee in zijn ‘tijdmachine’ naar ‘de best mogelijke toekomst waar we er alles aan gedaan hebben om de wereld om ons heen een betere plek te maken’. Nadat we in 2030 hadden rondgekeken en een collage hadden gemaakt van wat we daar aantroffen, nodigde hij ons uit om een ‘geur van de toekomst’ te maken. Dertig deelnemers dwaalden al snuivend met een lege mok in de hand door het bos en de kruidentuin. Ik pakte wat natte beukenbladeren, een stukje appel uit de boomgaard, een vleugje rozemarijn en venkel erbij…. en als basis een stuk mos. Mos mozaïek. Op een grasveldje hielden we een ‘cocktail party’ waarbij we elkaar de naam van onze zelf gecomponeerde geur vertelden en de ander even lieten ruiken. De variëteit aan geuren was verbluffend.

Er is veel geschreven over hoe geuren herinneringen aan het verleden oproepen, het zogenaamde ‘Proustiaanse effect’. Marcel Proust’s beroemde boek ‘Op zoek naar de verloren tijd’ bestaat voor ongeveer 700 pagina’s uit levendige herinneringen die bij de hoofdpersoon opkomen nadat hij een madeleine cakeje in zijn thee doopt – zijn geur van vroeger. Rob Hopkins wil ‘herinneringen aan de toekomst’ creëren, zodat we steeds opnieuw voelen dat het wél mogelijk is om iets te veranderen. We hebben het immers al meegemaakt. Ook verwondering gaat via de zintuigen. Tot nu toe dacht ik eerder over verwondering als een manier om in het nu verliefder te worden op plekken. Maar door Rob zijn ‘tijdsmachine’ kan ik me nu ook verwonderen over de toekomst. En zo verliefder worden op die mogelijke toekomst.

Je verbeeldingsspier trainen

Wat in deze tijden niet vanzelfsprekend is, verliefd worden op de toekomst. Volgens Rob Hopkins is daar een flinke dosis verbeelding voor nodig. Tegelijkertijd zijn steeds meer denkers ervan overtuigd dat we momenteel een soort collectieve ‘crisis van de verbeelding’ hebben. Rob beschreef verbeelding als een spier – ‘your imagination muscle’ – die je net als andere spiergroepen regelmatig moet trainen. En noemde daar terloops bij dat kinderen op de leeftijd van vijf en half jaar ineens een stuk minder verbeeldingskracht lijken te hebben. Die kwam binnen. Dat is precies de leeftijd van mijn oudste dochter. Hoe kan ik haar helpen om haar verbeelding vast te houden of zelfs te versterken?

Ik schreef al eerder dat verwondering en verbeelding dicht bij elkaar liggen. Filosoof Martha Nussbaum beargumenteerde dat verwondering een manier is om je te verplaatsen in anderen – mensen én meer-dan-mensen. Door je voor te stellen dat mos leeft bijvoorbeeld. En hoe gek een tijdsmachine ook klinkt, het werkt óók om je verbeelding aan te zetten en je te verwonderen. In Engeland ‘bouwden’ ze een tijdsmachine in een Nationaal Park in Wales geïnspireerd op Rob zijn denken. Jongeren reisden eerst naar de toekomst en waren daarna de begeleidende tijdsreizigers voor beleidsmakers. Misschien zouden we ook in de duinen een tijdsmachine moeten maken?

Of moet ik misschien gewoon maar beginnen met erop uit blijven gaan met mijn eigen dochters? Hun verbeeldingsspier en verwonderingsspier blijven trainen? Of is het andersom en kunnen zij mij helpen om me te blijven verwonderen?

Zoals Rachel Carson schrijft:

Many children, perhaps because they themselves are small and closer to the ground than we, notice and delight in the small and inconspicuous. With this beginning, it is easy to share with them the beauties we usually miss because we look to hastily, seeing the whole and not its parts. Some of nature’s most exquisite handiwork is on a miniature scale, as anyone knows who has applied a magnifying glass to a snowflake.

Heb je zin gekregen om ook op je eigen lievelingsplek te gaan dwalen? Hier vind je de Dwaal-Podcast met een korte instructie erbij. Meld je eerst aan bij Verwonderpost (klik hier) en download de instructie door op onderstaande knop te klikken. Ik ben benieuwd welke verhalen er gaan ontstaan!

Klik hier om te downloaden

 

Bericht delen

Laatste nieuws

Nationaal Park Zuid-Kennemerland zoekt een zelfstandige, ondernemende Projectleider Recreatieve Ommetjes (ZZP) die de komende jaren een belangrijke rol wil spelen in het realiseren van meer groene, gezonde en aantrekkelijke ommetjes in de regio.

Lees meer
Lees meer over Gezocht: ZZP Projectleider Recreatieve Ommetjes

De natuur ontwaakt uit haar winterslaap: de eerste sneeuwklokjes bloeien en in de duinen klinkt weer volop vogelgezang. De komende maanden bouwen veel vogels hun nest, zoeken paartjes elkaar op en worden de eerste eieren uitgebroed. Dat betekent maar één ding: het broedseizoen staat voor de deur.

Lees meer
Lees meer over Broedseizoen in het Nationaal Park van start

Nationaal Park Zuid-Kennemerland bestaat 30 jaar. Je vindt er niet alleen natuur, mensen laten er ook sporen achter. Op veel plekken herinneren bunkers ons aan de tijd dat het duingebied onderdeel was van de Atlantikwall, een verdedigingslinie die de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog aanlegden langs de kust.

Lees meer
Lees meer over Natuur bloeit tussen de bunkers van de Atlantikwall