Maandelijkse blog over natuur en verwondering door Joeri Kabalt

24 april 2026

Joeri Kabalt is gefascineerd door verwondering, verhalen, rituelen en de natuur. Ze woont in Haarlem en doet in de duinen een Dwaal-Onderzoek naar de potentie van verwondering als tegengif voor vervreemding. Op Verwonderpost schrijft ze over haar experimenten en inzichten. Joeri is als veranderkundige en actie-onderzoeker verbonden aan Kessels & Smit, The Learning Company en is auteur van meerdere boeken over verwondering, verhalen en verandering. Maandelijks nemen we je mee in een van haar blogs over haar ervaringen in Nationaal Park Zuid-Kennemerland. 


Verwondervondsten

Around me the trees stir in their leaves
and call out, “Stay Awhile.”
The light flows from their branches.
And they call again, “It’s simple,” they say.
– Mary Oliver, uit: ‘When I am among the trees’

Met veel moeite heb ik vanochtend de dikke dichtbundel van Mary Oliver die ik ooit van mijn moeder kreeg in mijn rugzak gepropt. Dan maar geen extra trui mee. Te laat van huis vetrokken in de ochtendspits. Geen tijd meer om een gedicht uit te zoeken om onze dag mee te beginnen. Tijdens de koffie open ik zo onopvallend mogelijk het boek op een willekeurige plek. Zoals vaker bij deze bundel, lijken de woorden precies te passen bij vandaag. When I am among the trees.

Op deze zacht zonnige lentedag in maart staan we stil bij de start van het nieuwe seizoen. Samen opstarten, en dan elk een plek zoeken om voor even te landen en stil te vallen. Vier uur niks hoeven. Zitten. Zijn. En opmerken wat er voorbij komt – buiten en binnen.

Zachte Zitplek

De woorden van Mary Oliver blijven bij me. Nadat ik me heb geïnstalleerd op mijn zitplek voor de komende uren, pak ik het gedicht er weer bij. Herlees het nog eens. En maak spontaan een soort altaar voor haar woorden met takken, blaadjes en dennenappels. Ik wil de sfeer van haar gedicht bij me houden, in mijn gezichtsveld. Of net daarbuiten, in mijn ooghoek.

Blijf maar even, het is simpel. Niet alleen de de bomen in Mary Oliver’s gedicht, maar ook de berk, eik, meidoorn en eenzame den op links lijken dit zachtjes te fluisteren. Zak maar even in het zand, met zachte blik. Wat eerst saai zand leek, blijkt vol miniscule meesterwerken: een slakkenhuis in miniatuur, een piepklein fluweelzacht veertje. Groener dan groene lenteblaadjes steken onverwacht uit het zand. Hoe kunnen ze hier nou groeien? Het geritsel van de mieren wordt steeds luider, net als het gefluit van de koolmeesjes. De kreet van de buizerd in de verte komt binnen in mijn borst. Alles lééft. In mijn ooghoek zie ik iets felgeels voorbij fladderen, fluorescerend bijna. De eerste vlinder van het jaar! Terwijl ik met mijn ogen het gefladder volg, voel ik van binnen iets verschuiven. Of van buiten. De scheidslijnen worden minder scherp.

Ik ben zachtjes een andere manier van zijn ingegleden. Geen vuurwerk of donderslag, maar een subtiel schuiven. Het licht wat uit de takken stroomt, zoals in Mary Oliver’s gedicht? Het lijkt op een magisch moment zoals ecoloog David Abram het omschrijft:

‘Magic doesn’t sweep you away: it gathers you up into the body of the present moment so thoroughly that all your explanations fall away: the ordinary in all its plain and simple outrageousness begins to shine, impossibly so. Every facet of the world is awake, and you with it.’

Verwondervondsten Verzamelen

Woorden geven aan dit soort momenten van diepe verwondering is niet vanzelfsprekend. Het voelt kwetsbaar en intiem. Bovendien zijn veel filosofen ervan overtuigd dat verwondering iets is wat vóór of vóórbij taal plaatsvindt. Verwondering in woorden gieten, of het nou is door erover te schrijven of erover te vertellen, kan de verwondering onderweg vernietigen. Door het vast te pinnen vloeit het leven eruit. Gedichten geven taal zonder te verklaren. Woorden om in rond te dwalen. En die je anders helpen kijken: voor even in die wereld stappen waar bomen wijze woorden in je oor fluisteren, bijvoorbeeld.

Tegelijkertijd lees ik helemaal niet zo vaak gedichten en mijn eigen schrijfsels zijn alleen met veel verbeelding ‘gedichten’ te noemen. En toch voel ik de sterke behoefte om iets te schrijven over wat ik zie en opmerk om me heen. Om glimpen van schoonheid te verzamelen, in tekst en beeld. Het laatste door een mooi veertje of blaadje te fotograferen. Een soort verzameldrift. Tien jaar lang maakte ik elke ochtend een verwonderwandeling waarin ik één foto maakte van een glimp van schoonheid in mijn dagelijkse omgeving. Ook daarvan maakte ik fotoboekjes in allerlei formaten voor mezelf. Daarmee werden die bijzondere momenten ‘echter’. En kon ik ze makkelijker ‘meenemen’ de rest van mijn dag in.

Iets schrijven of maken over een bijzondere ervaring, helpt om hier betekenis aan te geven en er nog wat langer bij te blijven – zonder te hoeven verklaren. Actieonderzoeker Chris Seeley noemde dit ‘artful knowing’. Haar uitnodiging was om niet te snel van ‘ervarings-weten’ naar ‘conceptueel-weten’ te gaan. Maar er tussenin te blijven, in dat ‘creatieve weten’. Door via alle mogelijke manieren van kunst en creativiteit je ervaring te onderzoeken en verrijken. Zonder dat het ‘mooi’ of ‘goed’ hoeft te zijn.

Een Dwaalverzameling

Nadat ik twee jaar terug een boek van de Engelse onderzoeker Miles Richardson las, begon ik opnieuw een ‘nature journal’ of ‘natuurdagboek’. Een fysieke plek waar ik al die observaties, gedachten en tekeningen van wat me in de natuur opvalt verzamel. Natuur opmerken helpt om je meer verbonden te voelen met de natuur om je heen en er iets over schrijven maakt die verbinding nog sterker. ‘Writing about nature deepens those moments and roots them in place’, zegt Miles Richardson daarover.

De verzameldrift kan ook doorslaan. Na een jarenlange zoektocht naar momenten van verwondering, heb ik geleerd dat het helpt om met een ‘zachte blik’ te dwalen. Door verwondering en magie in je ooghoek te houden, maar er niet recht op af te gaan. Als je dwaalt, het idee loslaat dat je ergens heen hoeft of iets hoeft te vinden, pas dan vind je ineens iets waarvan je niet wist dat je ernaar op zoek was. Een onverwachte verwondervondst. In de natuur, of in de stad.

Van schrijver Paul Kingsnorth leerde ik tijdens een opleiding ‘rewilding your words’ een bijzonder eenvoudige manier om een ‘gedicht’ te maken. Hij vroeg ons alle beelden die ons bijgebleven waren weer levendig voor ons te zien en onder elkaar te zetten: modderplassen in de mysterieuze mist, herfstblaadjes met zilver geverfde randjes, rondvliegende vonken bij het metershoge vuur… Samen werd het méér dan een opsomming en vertelde het een verhaal. In ieder geval voor mezelf. En vijf jaar later staan deze beelden me nog haarscherp voor ogen. Zou het woorden geven hierbij hebben geholpen? Nu schrijf ik soms aan het einde van een rondje Oosterplas een aantal van dit soort verwondervondsten onder elkaar in mijn natuurdagboek als ‘gedicht’. Een vorm die mij helpt om in die dwalende modus te blijven, wél opmerken en verrast worden, zonder dat ik vooraf weet waardoor of dat ik het gevoel heb dat ik iets ‘moois’ hoef te schrijven.

Het schrijven van Verwonderpost is ook een soort dwaalproces of verzameling dwaalgedachten. Ik draag de vraag of het thema met me mee. Iets met woorden. Gedichten. En die zachtheid van de seizoenssolo. En dan af en toe, net als ik er niet naar op zoek ben, vind ik een mooi idee in een boek of struikel ik over een inzicht. Of geeft mijn lievelingscollega me precies een dichtbundel met natuurgedichten cadeau.

Je bent hier. Op deze plek, in deze tijd, in dit lijf, met deze bomen om je heen. Dichteres Ada Limón schrijft dat dit is wat gedichten doen. Ze helpen je om te landen op een plek en daar even te pauzeren:

‘Not unlike a redwood forest or a line of crepe myrtles in an otherwise cement landscape, poems can be a place to stop and remember we too are living.’

Op vrijdag 26 juni 2026 doen we weer een seizoenssolo bij de Kennemerduinen om de overgang naar de zomer samen te markeren. Laat het weten als je zin hebt om mee te gaan.

Meer lezen?

  • Mijn favoriete dichtbundel van Mary Oliver heet ‘Devotions’.
  • Het citaat van ecoloog David Abram komt uit het boek ‘Becoming Animal’.
  • Actieonderzoeker Chris Seeley schreef een wetenschappelijk artikel over ‘artful knowing’.
  • Onderzoeker Miles Richardson heeft ook een meer persoonlijk boek ‘The Blackbird’s song and other wonders of nature’ geschreven met suggesties voor activiteiten door het jaar.
  • Engelse romanschrijver en essayist Paul Kingsnorth geeft de cursus ‘Rewild your Words’, tegenwoordig ook online.
  • Dichteres Ada Limón nodigde afgelopen jaar vijftig uiteenlopende dichters uit om een gedicht over natuur en plek te maken die gebundeld zijn in de bundel ‘You are here’.

Alle foto’s in deze post zijn door mij gemaakt in Nationaal Park Zuid-Kennemerland.


Meld je aan en ontvang de maandelijkse blogs van Joeri Kabalt in je eigen mailbox.

Bericht delen

Laatste nieuws

Joeri Kabalt is gefascineerd door verwondering, verhalen, rituelen en de natuur. Ze woont in Haarlem en doet in de duinen een Dwaal-Onderzoek naar de potentie van verwondering als tegengif voor vervreemding. Maandelijks nemen we je mee in een van haar blogs over haar ervaringen in Nationaal Park Zuid-Kennemerland.

Lees meer
Lees meer over Maandelijkse blog over natuur en verwondering door Joeri Kabalt

Ter ere van het 30-jarig jubileum van Nationaal park Zuid-Kennemerland trekt IVN’er Mathilde Lawalata eropuit om verschillende mensen in en om het Nationaal Park te bevragen over hun band met dit unieke natuurgebied.  Vandaag interviewt ze Eveline Blok.

Lees meer
Lees meer over Boswachter Eveline Blok over verborgen verhalen in het duin

In 2007 werd in het zuidelijke deel van Nationaal Park Zuid-Kennemerland, het Kraansvlak, een kudde wisenten uit Polen vrijgelaten. Een eerste introductie van de Europese bizon, zoals de wisent ook wordt genoemd, in Nederland, na eeuwen te zijn verdwenen.

Lees meer
Lees meer over Bijzonder wisentnieuws