9 februari 2026
Februari is op Elswout een maand van belofte. We zitten nog niet midden in het stinzenseizoen, maar de eerste hoofdrolspelers laten zich al zien. Met een beetje zon breekt het leven voorzichtig door de wintergrond. Winterakonieten en sneeuwklokjes waren er vroeg bij, en langzaam sluiten steeds meer soorten zich aan. Nog ingetogen, maar ongetwijfeld op weg naar een groots voorjaarsspektakel.
Slimme overlevers onder de grond
Stinzenplanten danken hun succes aan een slimme strategie. Het echte werk gebeurt onder de grond. Na de bloei slaan ze voedingsstoffen op in bollen, knollen of wortelstokken. Zodra de bodem aan het eind van de winter iets opwarmt, hebben ze genoeg energie om direct te groeien. Dat is een groot voordeel voor bosplanten: de bomen staan nog kaal, het licht bereikt ongehinderd de bodem en elk straaltje zon wordt benut. Tegen de tijd dat de bomen hun bladerdak sluiten, hebben de stinzen hun bloei al afgerond.
Van stins tot buitenplaats
De naam stinzenplant komt van het Friese woord stins, een stenen huis. Oorspronkelijk werden deze planten aangeplant rond verdedigingsburchten, kloostertuinen en later op buitenplaatsen. De vroegere eigenaren van Elswout spaarden kosten noch moeite om bijzondere soorten uit binnen- en buitenland te halen. Veel stinzenplanten zijn afkomstig uit Midden- en Zuid-Europa, al komen sommige ook in Nederland in het wild voor, zoals de vingerhelmbloem in de Zuid-Limburgse hellingbossen. Op Elswout zijn ze ooit aangeplant, maar inmiddels voelen ze zich zo thuis dat ze zich massaal hebben uitgebreid en zijn verwilderd.
Kwetsbare bodem, grote verantwoordelijkheid
Naast licht vragen stinzen om een luchtige, losse bodem die snel opwarmt en goed afwatert. Dat soort omstandigheden vind je van nature op boshellingen, en op buitenplaatsen werden ze bewust nagebootst door te spitten en te harken. De zandige, kalkrijke bosbodem van Elswout heeft deze eigenschappen al in zich. Onze belangrijkste zorg is dan ook om de bodem luchtig te houden. Verdichting is funest voor stinzenplanten. Daarom rijden we zelf met lichte elektrische wagens en vragen we iedereen op de paden te blijven. Ook ogenschijnlijk onschuldige olifantenpaadjes kunnen op termijn het einde betekenen voor bloeiers die juist ruimte en lucht nodig hebben. Óók voor die ene mooie foto: blijf altijd op het pad.
Een seizoen in afleveringen
In totaal groeien er op Elswout zo’n zestig verschillende stinzenplanten, elk met een eigen bloeiperiode. Het werkt bijna verslavend om bij te houden welke soort zich aandient en welke het veld alweer heeft geruimd. Daslook is een van de meest aanwezige; velden vol witte bloemen, met die onmiskenbare knoflookgeur die je al ruikt voordat je de plant ziet. Een persoonlijke favoriet in deze periode is de blauwe anemoon, die op Duinvliet groeit tegenover Elswout. Waarschijnlijk groeit deze soort hier al sinds de 19e eeuw, samen met wilde hyacinten.
De sneeuwklokjes, winterakonieten en eerste krokussen zijn pas het begin. In de komende 3 maanden volgen onder meer het Haarlems klokkenspel, hartbladzonnebloem, zomerklokje en lelietje-van-dalen. Elswout ontvouwt zich laag voor laag, soort voor soort. Wie het proces wil meemaken, kan het beste regelmatig terugkomen, elke week een nieuwe aflevering, met de sterren van het voorjaar in de hoofdrol.
Tekst en beeld: Rien de Vries, boswachter bij Staatsbosbeheer