10 augustus 2026
Joeri Kabalt is gefascineerd door verwondering, verhalen, rituelen en de natuur. Ze woont in Haarlem en doet in de duinen een Dwaal-Onderzoek naar de potentie van verwondering als tegengif voor vervreemding. Op Verwonderpost schrijft ze over haar experimenten en inzichten. Joeri is als veranderkundige en actie-onderzoeker verbonden aan Kessels & Smit, The Learning Company en is auteur van meerdere boeken over verwondering, verhalen en verandering. Maandelijks nemen we je mee in een van haar blogs over haar ervaringen in Nationaal Park Zuid-Kennemerland.
Open Ogen
For most of us, knowledge of our world comes largely through sight, yet we look about with such unseeing eyes that we are partially blind. One way to open our eyes to unnoticed beauty is to ask yourself, “what if I had never seen this before? What if I knew I would never see it again?”
– Rachel Carson in ‘The sense of wonder’
Een sterke knoflookgeur doet me plotseling stoppen. Daslook. Voorzichtig hang ik het net uitgeknipte kijkkader om de bloeiende planten. Snuif nog een keer de penetrante geur op, en begin als vanzelf te vertellen. Over die periode tien jaar geleden dat ik uitgeput thuis zat en elke dag door het Flevopark vol geurende daslook wandelde. Hoe ik op advies van mijn promotiebegeleider een pesto van daslook maakte om mijn dierbare park nóg beter te leren kennen. En hoe mijn diepe verlangen en jarenlange zoektocht naar meer verwondering precies in die periode ontstond.
Samen met mede-verwonderzoekers Niels en Willemijn dwaal ik deze ochtend door het bos om een zelfgeknutseld kijkkader uit te proberen. Om de beurt pakken we het vast en kiezen we een vraag. Wat is een plek of herinnering in de natuur die je wel zou willen inlijsten? Kijk om je heen: zie je iets wat je doet denken aan die plek of herinnering? Daslook dus. Met Willemijn kijken we naar boven en volgen we de stam van een beukenboom tot we duizelig worden. Met Niels kijken we vijf minuten écht naar een schijnbaar zwevend beukenbloemetje. Pas na lang zoeken zien we het zijden draadje waaraan het vastzit. “Dit heb ik nog nooit eerder zo gezien!”, roepen we alle drie verrast. De rest van de wandeling zien we het ineens overal, beukenbloemen of -katjes die dansen in de lucht. Was het er altijd al, maar is het ons gewoon nooit eerder opgevallen?

Verwonderzoekers gezocht!
Deze wandeling maakt deel uit van ons dwaal-onderzoek naar verwondering, waarin we steeds experimenteren met andere manieren om de potentie van verwondering als tegengif voor vervreemding te verkennen. Voor één keer dwalen we vandaag niet in de duinen, maar in Amelisweerd. Over een paar dagen wordt ons drietal aangevuld met nog eens vijftig ‘verwonderzoekers’ die óók gaan proberen zich twee weken lang vaker te verwonderen. Elke dag ontvangen zij van mij een verwonder-uitnodiging die zij op hun eigen moment en plek kunnen uitproberen. Een try-out voor een bijzonder project met duinbeheerder PWN en Nationaal Park Zuid-Kennemerland waarvoor we een postpakket vol inspiratie om je vaker te verwonderen in en met de natuur maken. In september nodigen we mensen daarvoor uit om elke dag, of een paar keer per week, even naar buiten te gaan. Om buiten beter te leren kennen én je zelf beter te voelen in de buitenlucht. En wie weet helpt dit om daardoor ook anders te gaan kijken naar de natuur om ons heen: als dierbare in plaats van als decor. En als iets waar wij zelf onderdeel van zijn. Zouden we er dan beter voor zorgen?

Kijkkunst
De laatste weken moet ik steeds opnieuw denken aan Rachel Carson’s essay over verwondering, dat ze deze zomer precies 70 jaar geleden schreef. Vooral haar uitnodiging om je ogen te openen voor de onopgemerkte schoonheid om ons heen. Het lijkt zo simpel en toch blijft het me puzzelen: hoe kan ik meer mensen uitnodigen om óók hun ogen te openen en zich vaker te verwonderen? Als ik iets heb geleerd in de jaren dat ik me met verwondering bezighoud, is dat je verwondering niet kunt afdwingen of voorspellen. “En nu gaan we verwonderen!” is voor veel mensen contraproductief. En tegelijkertijd is dat wel wat ik in workshops en wandelingen over verwondering steeds wil doen: mensen ter plekke uitnodigen om zich te verwonderen. Vaak werkt dit het beste via een omweg, door wel de randvoorwaarden voor verwondering te creëren en vervolgens erop te vertrouwen dat het vanzelf ontstaat. Of soms ook niet. Voor dit initiatief komt het nóg preciezer, omdat ik mensen niet zie en alleen via een boekje kan uitnodigen.
Wat me zo aanspreekt aan Rachel Carson’s denken is dat het zo wijs en praktisch tegelijk is. Vol voorbeelden en ideeën over hoe je naar buiten kunt gaan en je elke dag kunt verwonderen. Waar je ook bent. Van magisch mos ruiken en voelen na een regenbui tot de sterrenhemel op een heldere avond bekijken tot naar de wind luisteren die langs je slaapkamerraam raast. Misschien is haar belangrijkste boodschap wel: ga naar buiten en kijk. Of voel, ruik, luister of proef. Verwonderen doe je met al je zintuigen. Hoewel de ogen voor veel mensen een eerste ingang zijn. Mijn definitie van verwondering is dan ook al jarenlang: het buitengewone in het gewone zien.
Het kijkkader is een experiment om via vier vragen of ingangen aandachtiger te kijken naar de natuur om ons heen. Van ritualist Tiu de Haan leerde ik dat als je ergens een lijst omheen doet het bijna vanzelf een ‘kunstwerk’ wordt. De natuur zit vol kunstwerken, als je maar de tijd neemt om ze te zien. Zou het helpen om via een lijst te kijken om ze op te merken? Misschien helpt het om details beter te zien omdat je beperkt wordt tot alles wat binnen je lijst valt? Of herkent ons brein het eerder als kunstwerk als ergens een lijst omheen zit? Het voelt wat tegenstrijdig, die behoefte om één stukje van het grotere geheel in te lijsten. Het te verzamelen of bewaren. En tegelijkertijd lijkt het ook te helpen om de aandacht nét even anders te richten.

Bevriende Boom
Toen ik nog in Amsterdam woonde, ging ik voor een opleiding acht weken lang op bezoek bij een ‘rivier’ of ‘waterlichaam’ in de buurt. Het werd een poeltje in het Vondelpark. Niet met het water, maar met de treurwilg die over het water hing, bouwde ik een bijzondere band op. Ik klom er elke week in en zat een uur tussen de takken te kijken en luisteren. Onverwacht snel ontstond er iets van ‘vriendschap’, als zoiets kan bestaan tussen mens en boom. Pas veel later dacht ik terug aan de vriendschap die ik als zesjarig meisje sloot met een treurwilg bij ons in de straat. Urenlang zat ik beschut tussen haar takken en deelde ik mijn geheimen met deze bevriende boom. Niemand had me nog verteld dat bomen niet terug horen te praten.
Al eerder schreef ik dat je niet zozeer verliefd wordt op of je kunt verbinden met ‘de natuur’, maar juist met een specifieke plek. Of een specifieke boom? De eerste verwonder-uitnodiging is dan ook om een bevriende boom van vroeger te tekenen en daarna op zoek te gaan naar of op bezoek te gaan bij een bevriende boom in de buurt en deze met al je zintuigen te bekijken. Ik heb genoten van de tekeningen en foto’s die de Verwonderzoekers deelden van hun bevriende bomen van vroeger en nu: een boompoort vroeger bij opa en oma in de tuin, de boom in de achtertuin van het ouderlijk huis, een boom in de straat… en de foto’s van lievelingsbomen in de buurt: eiken, populieren, wilgen, beuken, platanen, kastanjes… Soms per toeval ontdekt door deze oefening en soms al jarenlang favoriet.

Het lijkt een eenvoudige uitnodiging. Toch heb ik hem de afgelopen maanden meerdere keren uitgeprobeerd en aangepast: als fysieke Verwonderpost in de brievenbus, in een aangepaste variant tijdens een wandeling met collega’s en tot slot met de Verwonderzoekers. Er zitten een aantal elementen in verwerkt waarvan we uit onderzoek van Miles Richardson en collega’s weten dat deze helpen om meer verbinding met de natuur te creëren: de natuur ontdekken via je zintuigen, stilstaan bij de emoties die dit oproept, je verwonderen over de schoonheid van de natuur, op een creatieve manier reflecteren op wat dit voor je betekent…
Toevallig stuit ik deze week op het recente promotieonderzoek van Yarden Woolf die nostalgie aan dit rijtje toevoegt. Zij onderzocht wat hielp om de verbinding van studenten met de natuur te vergroten. Nostalgie naar een landschap van hun jeugd bleek een belangrijke sleutel. Het wakkerde niet alleen het verlangen naar het verleden aan maar óók het verlangen om nu en in de toekomst beter te zorgen voor een vergelijkbaar landschap. Soms ook daadwerkelijk omgezet in daden. ‘Generative nostalgia’ noemt zij dit, omdat het niet blijft bij terugdenken aan het verleden maar ook iets in beweging zet. Dit werkte overigens alleen als de studenten een band hadden opgebouwd met een landschap in hun jeugd. Dit was helaas niet voor iedereen het geval. Zouden zij misschien wel warme gevoelens hebben voor één bijzondere boom van vroeger? Of maakten bomen geen onderdeel uit van hun jeugd?

Kijktijd onder druk
Eén van de inzichten uit de try-out was dat sommige mensen zich wel graag wilden verwonderen, maar het toch niet voor elkaar kregen. Geen tijd. Te druk. Te vaak op kantoor. Ik snap het helemaal, want ook ik ervaar dit regelmatig. En toch schrok ik er weer van. Is het dan zo lastig om tien minuten per dag vrij te maken? Of om tijdens je dagelijkse fietstocht extra om je heen te kijken of even te stoppen om een stoepplant te bekijken? Blijkbaar wel.
Interessant genoeg hoeft het niet veel tijd te kosten om je verbinding met de natuur te versterken. Miles Richardson ontdekte dat het vooral belangrijk is of je met aandacht de natuur opmerkt. Een paar minuten écht naar de vogels luisteren zorgt bijvoorbeeld voor veel meer verbinding dan urenlang in jezelf gekeerd in het bos sporten met een koptelefoon op. Natuurverbinding ontstaat in dit soort betekenisvolle momentjes. In zijn woorden: ‘moments not minutes’. Uit een ander recent onderzoek kwam zelfs naar voren dat 15 minuten naar buiten gaan al zorgt voor een ‘mental health boost’. Zelfs in de stadsnatuur.
Ik heb het even opgezocht: Nederlanders zitten gemiddeld 3 uur en 23 minuten per dag op hun smartphone. Ik kan er van alles van vinden, maar ik heb toch geprobeerd om het naar buiten gaan in het daadwerkelijke boekje nóg laagdrempeliger te maken. Door te benadrukken dat het niet erg is als het een dag niet lukt om naar buiten te gaan en activiteiten toe te voegen die je vanuit huis kunt doen, zoals naar de maan of wolken kijken vanuit je slaapkamerraam.

Wat gebeurt er als je wél de tijd neemt om te kijken? Dit antwoord op de vragenlijst na de try-out vat mooi samen wat veel mensen hebben ervaren:
“Ik vond het mooi om naar de vogels te luisteren als orkest en solo, daardoor hoorde ik meer en werd de ervaring grootser. Steeds als ik buiten ben hoor ik het wéér. Ook de stoepplanten: nu ik er één keer op heb gelet, zie ik ze ineens overal staan!”
Ook ik hoor en zie sinds de try-out in mijn straat in Haarlem-Noord ineens overal vogels, zie overal de meest bijzondere stoepplanten staan en vind overal verwondervondsten op straat. Al die dingen waren er natuurlijk al lang. Maar nu zie ik ze ineens. En met mij steeds meer mensen.
Verweven en verwant
Op de camping las ik Rebecca Solnit’s nieuwe hoopvolle boek: er is de afgelopen decennia meer veranderd dan we denken. Ook zij begint haar betoog met Rachel Carson als een van de eerste ecologische denkers. Ze benadrukt dat Carson schreef in een tijd waarin het ecologische wereldbeeld waarin alles met elkaar verbonden is radicaal en grotendeels onbegrepen was in het Westen. Er wás geen milieubeweging, geen ecologie als vakgebied. En hoewel er nog steeds veel werk aan de winkel is, deelt Solnit voorbeeld na voorbeeld van momenten waar deze andere manier van kijken zegeviert. Een verandering van ‘worldview’ is volgens haar het allerbelangrijkste. Dat gaat óók over een andere manier van kijken, maar dan op een veel fundamenteler niveau dan kijken door een kijkkader. Jezelf zien als onderdeel van de wereld, verweven en verknoopt met al het andere wat leeft. Dát maakt het verschil. En gaat over met welke plekken, vogels en bomen jij je verwant voelt. In de woorden van Rebecca Solnit:
‘The willingness to do harm comes from a sense of disconnection, both in the emotional and moral sense of indifference and in claims that there are no consequences because nothing is connected to anything else. […] we are kind to what is kin. Who is kin to you? To us?”

Alle foto’s in deze post zijn door Joeri gemaakt in Nationaal Park Zuid-Kennemerland.
Meld je aan en ontvang de maandelijkse blogs van Joeri Kabalt in je eigen mailbox.